7 januari
In ons frisse Ibishotelletje wakker geworden. In vakanties is dat gek genoeg altijd vroeg, althans bij mij. Plan is om vandaag met de citycat (openbaar vervoer catamaran) naar de Koalasanctuary te gaan. We nemen de taxi naar de veerboot. Brisbane is een mooie stad. De city heeft veel hoogbouw maar het is ook groen. De catamaran zet ons over en verwijst naar een boot die aan de overkant ligt. Een speciale boot de Mirimar II die een tour verzorgt naar Lone Pine Koala Sanctuary. We zitten ongeveer anderhalf uur op de boot en worden ingelicht over Brisbane. De sanctuary is leuk. Allerlei inheemse dieren. Dat is fijn want in het wild zien we ze steeds niet. We zien Koalas en Woombats en Kookabarra’s. We lopen los van elkaar te struinen. Het is een klein dierentuintje (compact) maar er is genoeg te zien.
Om 3 uur zijn we terug in Brisbane. Op de boot krijg ik van een Aussie de tip om naar de South Bank door te lopen. Goeie tip. De south Bank is een prachtig stukje Brisbane. Er zijn twee gratis zwembaden gemaakt, nepstrandjes, er zijn barretjes. We gaan lekker pimpelen aan de south bank. We hebben in de morgen al contact gehad met Josette en Evert. Zij komen ook naar Brisbane. Gezellig met zijn vijven gegeten en daarna weer een cafeetje gezocht.

Uit Brisbane vertrokken. We rijden richting Harvey Bay vanwaar we een trip kunnen boeken naar Fraser Island. We rijden over de snelweg zodat we niet veel zien van de zee maar het is in deze temperaturen lekkerder om even vaart te maken zodat we nog kunnen genieten van op het strand zitten in plaats van ernaar te kijken. We hebben een prima camping nu. Kamperen op een goeie camping en mooi weer is toch wel erg belangrijk. Dit is weer heerlijk en genieten. We zitten een poos op het strand en zwemmen wat. Lekker!
9 januari
We zijn benieuwd: we hebben al zoveel mooie verhalen over Fraser Island gehoord en nu gaan we erheen! Voor dag en dauw weer de wekker gezet. Jasper vindt het maar vermoeiend. Hij moet telkens wakker worden voor hij klaar is met slapen. treurig. We hebben de ferry om 6.45 richting Fraser. Daar gaan we dan off-road rondtoeren door het tropisch regenwoud, dingo’s en varanen zien. We zijn ook benieuwd naar de snelweg over het strand waar je 80 km mag rijden en waar je uit moet kijken voor landende of opstijgende vliegtuigen.
Fraser Island staat op de werelderfgoederen lijst. Het is het grootste zandeiland ter wereld. Het is 120 kilometer lang en 15 kilometer breed. Het heeft een tropische vegetatie. Er zijn alleen zandwegen waardoor je het alleen met een 4 wheeldrive kan rijden. We zijn gepakt en gezakt erheen gegaan. Brood mee, drinken mee. We hebben een volle dag. We zullen om half acht ’s morgens arriveren en om half negen ‘ avonds weer vertrekken.
Het wordt een onvergetelijke ervaring. Geen van ons drieen heeft ervaring off road en we schrikken bij het zien van het eerste stuk. De auto moet volle toeren maken en in de auto voel je je als een koffieboon in de molen. We vliegen alle kanten op. Jasper en N. brullen van het lachen en genieten enorm van deze idiote rit. We moeten vijftien kilometer rijden van King Fischer Bay naar Lake Mackenzie. Het lijken er wel vijftig. Langs de weg staan snelheidsbeperkende borden. Max 30 km. we zien niet hoe je in vredesnaam die enorme snelheid kan halen. We rijden max 10 kilometer maar ook hele stukken stapvoets. Ik moet zeggen dat ik het wel af en toe een beetje eng vind.
Ik ben blij als we bij Lake Mackenzie zijn en nog blijer als we het zien: het is prachtig: lichtblauw water, spierwit strand, omgeven door tropisch regenwoud.
Snorkelen lukt niet want er zijn geen zichtbare vissen.
N. en Jasper hebben met de drone gevlogen om het extra goed vast te leggen. We hebben lekker gezwommen, geluierd en niks gegeten. Dat mag niet want dat trekt Dingo’s aan. Je mag ze ook niet lokken omdat ze dan gevaarlijk worden. We hebben verdorie niet 1 dingo kunnen zien. Wel een grote Varaan! Dat was wel weer gaaf!
We hebben in de auto wat gegeten en zijn naar Eurong gegaan. Dat is een plekje aan de oostkust. Daar kan je de beachhighway nemen. Echt leuk, 75 kilometer snelweg over het strand. We mochten niet zwemmen in de zee daar vanwege de haaien, the deadly stinger jelly fisch en vanwege de rips (zee die wegstroomt van het strand). Je hebt ook niet erg de neiging om te zwemmen. De zee is best wild daar! Wij hebben zo’n 25 kilometer gescheurd naar het wrak van het schip Maheno en weer terug. De dag vloog echt om! Jasper heeft de hele dag gereden en had dikke pret terwijl zijn tante soms op de achterbank zeven kleuren stront schijtte. We zijn ook nog vast komen te zitten in een grote hoop mul zand. Groot voordeel is wel dat je onmiddelijk geholpen wordt door degene achter je. Niet alleen omdat Aussies echt aardig zijn maar waarschijnlijk ook omdat ze niet langs je kunnen.
De auto werd grondig geinspecteerd na terugkomst. Spannend wel want zo’n ding is duur en heeft wat te verduren bij zo’n trip. Wij hadden een enorm groot ding. De helft van de auto bestond uit een supergrote laadbak. Niet heel handig want zoveel hadden wij niet te vervoeren. We hebben op het resort nog bij het buffet gegeten. En de ferry teruggenomen. N. was zijn samsung note kwijtgeraakt dat was wel wat jammer. We hebben tot half twaalf steeds gebeld en toen werd er opgenomen. Afgesproken dat ze morgenochtend de telefoon met de ferry meegeven naar het vasteland. Wij wachten de ferry dan op. Jammer voor Jasper want dan kan hij weer niet uitslapen.



