Over het weekend valt niet veel meer te vertellen dan dat we lekker in de zon geluierd hebben. We zijn naar het strand geweest, zagen een possum in de bomen en hebben op de schijnbaar langste pier ter wereld gelopen. Hij was 1,1 kilometer lang maar is nu ingekort tot zo’n 860 meter. Toch nog een lekker endje. Wij zijn langer gebleven op de camping in Hervey Bay omdat we maandag een trip hebben geboekt naar het eiland Lady Elliot. Het is een nogal decadent uitje vind ik want het eiland is alleen per vliegtuigje te bereiken. Mijn reisgezelschap vindt mij niet erg dapper omdat ik er een beetje tegenop zie om in een soort opgeleukte vliegende bromfiets gestopt te worden voor een vlucht van veertig minuten. Maar: no guts, no glory dus we gaan het gewoon doen.

Het is wel een leuk uitje: als we geland zijn krijgen we reefshoes, snorkels en flippers en gaan we varen in een glassbottumboat. Daarna springen we van de boot om het great barrier reef te bekijken en hopelijk te zwemmen met reuze manta’s, dolfijnen en zeeschildpadden. Daarna lunch en ’s middags nog snorkelen in de lagune.
De vlucht blijkt eigenlijk wel leuk. We vliegen natuurlijk veel lager dan in een groot vliegtuig en zien veel. In de zee zien we dolfijnen, haaien en schildpadden zwemmen. Gaaf! We vinden het alledrie fantastisch! We maken nog een tussenlanding in Bundaberg waar nog twee mensen instappen. Lady Elliot is niet erg groot. Over het midden van het eiland loopt van kust naar kust de landingsbaan. Aan de ene kant daarvan zit de toegang tot het rif, aan de andere kant het resort en de lagune. In het resort kan je ook overnachten. Het stikt er van de vogels. Jammer genoeg stinkt het op sommige plaatsen wel indringend naar vogeluitwerpselen. Tijdens de glassbottomboatvaart zien we alvast een paar
schildpadden maar de pret begint als we ons in het water laten zakken. De bodem is ongeveer vijf meter onder ons en erop staat het beroemde koraalrif. We zien alle mogelijke vissen in de prachtigste kleuren en vormen. Het lijkt alsof we zijn afgedwaald in een aquarium. We zien geen reuzemantra’s. Zoals we inmiddels gewend zijn zitten we hiervoor niet in het goede seizoen. De mantra’s zijn er wel (het zijn territoriale beesten) maar ze komen in januari niet vaak zo dichtbij de kust. We zien wel schildpadden, althans Jasper en ik zien ze. Een schildpad zwemt echt naar mij toe. Ze zijn niet bang. Het is een geweldige ervaring om zo dichtbij die beesten te zwemmen. We liggen denk ik drie kwartier in het water en worden dan terruggeroepen nasr de boot. We zijn allemaal enthousiast. Na de lunch gaan we uitgebreid de lagune in. Ook dit is geweldig. Het koraal is niet zo indrukwekkend als dat in de zee maar de vissen zijn dat wel. Er zijn felblauwe zeesterren, knalgroene papagaaiachtige vissen, zebravisjes, kleine zwarte vissen die in je kuiten happen, een zwarte vis met een witte kap, grote vissen met grote bekken, vissen met tuutsnuiten, platte, ronde vissen echt teveel om op te noemen, laat staan om te onthouden. Gelukkig zijn we vandaag ook weer goed uitgerust met onderwatercamera dus we kunnen het nog terugkijken.
De dag gaat veel te snel voorbij en we vliegen terug met een nog kleiner vliegtuigje dan waarmee we gekomen zijn. Op het vasteland hoost het van de regen. Niet helemaal verkeerd want de temperatuur is ontstellend hoog en regen zal wel verkoelen. Jammer wel dat we onze stoelen op de camping buiten hebben laten staan, die zijn nu dus doorweekt!
De hele avond blijft het regenen. We kunnen niet buiten zitten en kijken met zijn drieen in de camper naar een aflevering van wie is de mol.
Dinsdag de 13e januari zijn we doorgereden naar Bundaberg. Daar kan je schilpadden zien op het strand die eieren leggen en kleine schildpadjes die uit het ei komen. We hebben gebeld om te boeken maar we krijgen te horen dat het vol is en wij pas op zondag terecht kunnen. Vooral N. is eigenwijs en wil het toch proberen. Het is niet zo ver naar Bundaberg (180 km) dus we hoeven ook niet zo vroeg te vertrekken. Onderweg bezoeken we Childers, een historisch stadje. Dat is ons aangeraden door de mevrouw van het toeristenbureau. De westerse historie van Australie is natuurlijk niet zo groot en de Australiers zijn snel onder de indruk. Dat is ook hier zo. Het is een aardig plaatsje maar een wowfactor ontbreekt. We lunchen er in een plaatselijk cafeetje waar N. wel heerlijke pompoenlasagna eet. We zijn al vroeg in Bundaberg waar we weer naar de toeristeninfo gaan. Echt snappen doe ik het niet. Er hangt een briefje aan de deur waarop staat dat het tot zondag niet mogelijk is om de schildpadden te zien. Als we binnen tegen beter weten in toch navraag doen blijkt dat het wel kan. Niet vandaag maar morgen. De trip is duurder maar beter en er is gewoon plek! Waarom dan dat briefje vraag je je dan af.
We vinden een camping in Bargara. Een schitterende camping aan de zee. We kunnen rechtstreeks het strand oplopen. Gratis internet, wat wil een mens nog meer!